Start opname schademeldingen

Komend half jaar 2.100 schade-inspecties

Nationaal Coördinator Groningen heeft in overleg met de maatschappelijke en bestuurlijke stuurgroepen besloten om deze zomer te starten met het opnemen van schades die na 31 maart 2017 12 uur zijn gemeld. NCG heeft Centrum Veilig Wonen (CVW) opdracht gegeven om de inspecties uit te voeren. Schade-inspecteurs gaan het komende half jaar ruim 2.000 adressen bij langs om de schades te registreren. De schades worden nog niet beoordeeld. Het nog op te richten Instituut Mijnbouwschade gaat daar uitspraak over doen. De schademeldingen worden afgehandeld op volgorde van binnenkomst.

Nationaal Coördinator Groningen Hans Alders: ‘Sinds 31 maart is het aantal schademeldingen flink opgelopen. De teller staat op ruim 2.000. Ondertussen zijn de gesprekken over het nieuwe schadeprotocol nog steeds in volle gang. Het is onduidelijk wanner het protocol gereed is, maar om mensen niet langer te laten wachten, willen we alvast starten met het opnemen van schades. We hebben CVW hiervoor opdracht gegeven, omdat zij de medewerkers, systemen en expertise hebben om het werk uit te voeren. Het is bovendien een flinke klus. CVW heeft ongeveer zes maanden nodig om alle inspecties uit te voeren. Door nu alvast te beginnen met inspecteren, liggen alle gegevens straks klaar voor het Instituut Mijnbouwschade om er een oordeel over te vellen. Bewoners die na 31 maart schade hebben gemeld, ontvangen van NCG een brief met de aankondiging van de schadeopname.’

Nieuwe manier van schade opnemen

De uitvoering van de inspecties vindt onder toezicht van NCG plaats. Ook moeten de schade-inspecteurs voldoen aan kwaliteitseisen. Zo moet de inspecteur minimaal 10 jaar ervaring hebben met het opnemen van schades en een bouwkundige of civieltechnische opleiding hebben afgerond. De manier van schade opnemen wijkt af van de oude schadeprocedure. Bij de inspectie van de woning registreert de schade-inspecteur niet alleen de gemelde schades, maar alle aanwezige schades. De inspecteur maakt van de inspectie een verslag, maar doet geen uitspraak ook de oorzaak van de schade. De bewoner kan aangegeven of de schade volledig en juist is geregistreerd. Dat leidt indien nodig tot aanpassingen. Daarna wordt het verslag overgedragen aan NCG. NCG bewaart de gegevens tot de komst van het Instituut Mijnbouwschade. Het instituut beoordeelt dan de schade en bepaalt het schadebedrag.

Nieuw schadeprotocol

Sinds 31 maart werkt NCG samen met twaalf gemeenten in het aardbevingsgebied,  provincie Groningen, het Rijk, Groninger Bodem Beweging en Gasberaad aan een nieuw schadeprotocol. Vanaf dat moment zijn schades alleen geregistreerd, maar niet in behandeling genomen. Een nieuw protocol is nodig om de afhandeling van schades te verbeteren en onafhankelijk van NAM te maken. Een belangrijk onderdeel van het protocol is dat alle schades in de toekomst worden beoordeeld door een nog op te richten Instituut Mijnbouwschade. Het instituut is onafhankelijk en beslist over de oorzaak van de schade en het schadebedrag. Het is nog niet duidelijk wanneer het nieuwe schadeprotocol gereed is. Daarover worden de gesprekken eind augustus hervat.

Meer informatie

Zie voor meer informatie de website van Nationaal Coördinator Groningen: https://www.nationaalcoordinatorgroningen.nl/themas/s/schadeopname