Kwetsbare gebouwonderdelen

Kwetsbare gebouwonderdelen

De afkorting PRBE staat voor “Potentieel Risicovol Bouw Element”. Een gebouw of woning kan één of meerdere elementen bevatten die een potentieel risico vormen tijdens of als gevolg van een aardbeving. De elementen bestaan voor ca. 85% uit schoorstenen, de overige 15% bestaan voornamelijk uit dakkapellen en ornamenten. De PRBE’s worden onderzocht om ervoor te zorgen dat men veilig uit een gebouw kan komen zonder het gevaar te lopen dat een element instort of vanaf hoogte naar beneden valt. Dat het aangepakte element door een aardbeving kan beschadigen is mogelijk, het uiteindelijke doel is om het element niet te laten bezwijken.

Om een PRBE op te lossen wordt er zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande situatie. Bij de aanpak van een schoorsteen wordt veelal gebruik gemaakt van een lichtgewicht variant. Dit betekent dat de binnenzijde van de schoorsteen van lichtgewicht materialen wordt gemaakt om het gewicht te reduceren. De buitenzijde zal, indien mogelijk, gemaakt worden van steenstrips gezaagd uit bestaande stenen zodat de oorspronkelijke uitstraling behouden blijft.

Van inspectie tot vervangen

Sinds 2013 zijn vele woningen en gebouwen in het aardbevingsgebied vanaf de straat geïnspecteerd op eventuele PRBE’s. Wanneer er PRBE’s zijn geconstateerd, wordt een vervolginspectie ingepland met de bewoner. Tijdens deze inspectie wordt er advies gegeven welke elementen een risico vormen en hoe groot het risico is. Vervolgens zal een plan van aanpak (PvA) worden opgesteld waarmee de bewonersbegeleider de eigenaar/bewoner kan uitleggen welke bevindingen uit de inspectie zijn gekomen en welke methode(s) nodig zijn om de PRBE aan te pakken.

In sommige gevallen is het nodig om een vergunning aan te vragen voor de werkzaamheden bij de gemeente, deze aanvraag wordt door CVW ingediend.

Het PRBE-team werkt met vaste aannemers. De duur van de uitvoeringswerkzaamheden is afhankelijk van de omvang, in de meeste gevallen zal dit ongeveer één a twee weken duren. Afhankelijk van de mate van overlast bieden we bewoners de mogelijkheid om, gedurende de werkzaamheden, gebruik te maken van tijdelijke huisvesting. Een eigenaar/bewoner is niet verplicht om mee te werken aan het PRBE-proces, maar zodra een risico is geconstateerd adviseren wij wel om mee te werken.

Acuut onveilige situatie (AOS)

Wanneer een eigenaar/bewoner zelf een vermoedelijke AOS heeft waargenomen, kan deze gemeld worden bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen(TCMG). De TCMG zal na een inspectie besluiten of er sprake is van een acuut onveilige situatie en op welke manier die opgelost dient te worden.